Petroleumkachel




De petroleumkachel of brander is een fenomeen dat men vaak ziet terugkeren op evenementen die plaatsvinden binnen de winterperiode. Zij staan dan in voor de verwarming van het publiek dat buiten in te kou staat. Petroleumkachels zijn dan ook eerder een vorm van bijverwarming die niet echt gebruikt worden als hoofdzakelijke verwarming binnen een woning. De petroleumkachel is bijgevolg ook niet zo bekend, buiten dan voor de doeleinden die eerder genoemd werden. Het is voor velen ook een soort noodverwarming die dient als hoofdverwarming wanneer de hoofdzakelijke installatie defect is of wanneer er zich een stroomuitval voordoet. Zo kan men alsnog genieten van een warme avond in tijden van kou en nood. Het voordeel is dat de kachels een ingebouwd reservoir hebben waarin men de brandstof kan opslaan. Doordat alles intern gebeurt en er geen aparte toevoer hoeft te zijn van de opslagplaats of medium van de brandstof is het algemeen wat veiliger.

Een sterk nadeel aan de petroleumkachel is echter de productie van het gevaarlijke koolmonoxide, een stof die zeer schadelijk is voor de gezondheid en voorkomt wanneer er een onvolledige verbranding is van de brandstof waarbij er te weinig zuurstof voorkomt om de verbranding te kunnen vervolledigen. Vandaar dan ook dat men iedereen die een petroleumkachel bezit aanraadt om voldoende te ventileren! Dit is niet enkel bij de petroleumkachel maar eveneens bij andere modellen en brandstofsoorten, met uitzondering van de elektrische kachel die geen uitlaatgassen produceert. Vandaag de dag hebben deze kachels wel een ingebouwd systeem dat bij het opmerken van onvolledige verbranding gewoonweg de lont zal doven waardoor er geen vorming van koolmonoxide kan optreden. Dergelijke maatregelen maken het allemaal al een beetje veiliger. Op dezelfde manier zijn er ook gewichtsmechanismen die de vlam doen doven wanneer het toestel lijkt te kantelen onder een zeker hoek.