Stadsverwarming




Stadsverwarming komt voor in twee specifieke vormen, met name restverwarming en collectieve verwarming. Beide zijn een zeer energiezuinige vorm van verwarmen en werden de laatste jaren steeds populairder onder zowel de bevolking van grote appartementsgebouwen alsook de aannemers die dergelijke structuren bouwen. De term stadsverwarming komt dan ook vooral van het feit dat men deze vorm van verwarming eerder zal tegenkomen in een stad dan op het platteland waar veel huizen naast elkaar staan. De eerste soort stadsverwarming, de restverwarming, is gebaseerd op de warmte die opgewekt wordt bij de opwekking van elektriciteit. Wanneer een elektriciteitscentrale energie opwekt in de vorm van elektriciteit zal deze ook een enorme hoeveelheid warmte opwekken die echter niet warm genoeg is voor de omzetting naar elektriciteit. Deze restwarmte wordt op zich dan gebruikt voor de opwarming van water die dan kan gebruikt worden voor de verwarming van gehele gebouwen, met name appartementen, alsook hele huizenblokken.

De collectieve verwarmingsmethode bestaat er uit dat men in plaats van een boiler per appartement, een centrale boiler of warmtepomp zal gebruiken voor de voorziening van warmte voor een heel gebouwencomplex of appartementencomplex. Het voordeel hieraan is dat men niet alleen energiezuinig leeft maar dat men ook collectief minder moet betalen voor de verwarmingskosten. Verder is er geen nood aan een aparte installatie en onderhoud van aparte installaties van centrale verwarming die vaak veel kosten met zich meebrengen. Het is echter niet mogelijk om zelf over te schakelen naar een ander soort type verwarming dat gebruik kan maken van het huidige collectieve systeem. Het is dus een nadeel voor zij die wensen gebruik te maken van een individuele centrale verwarmingsinstallatie.

Stadsverwarming is dan ook een initiatief dat zeer positief ontvangen werd en tot op de dag van vandaag nog altijd wijd in gebruik is en wordt toegepast op nieuwe.

Zie ook: